1. Mechanische reiniging
(1) Open de reinigingseenheid en borstel de plaat.
(2) Reinig de plaat met een hogedrukspuit.
Let op:
(1) EPDM-pakkingen mogen niet langer dan een half uur in contact komen met aromatische oplosmiddelen.
(2) De achterkant van de plaat mag tijdens het schoonmaken niet direct de grond raken.
(3) Controleer na het reinigen met water de platen en pakkingen zorgvuldig en zorg ervoor dat er geen resten zoals vaste deeltjes en vezels op het plaatoppervlak achterblijven. De losgekomen en beschadigde pakking moet worden vastgelijmd of vervangen.
(4) Bij het uitvoeren van de mechanische reiniging is het gebruik van een metalen borstel niet toegestaan om krassen op de plaat en de pakking te voorkomen.
(5) Bij het reinigen met een hogedrukspuit moet een stijve plaat of versterkte plaat worden gebruikt om de achterzijde van de plaat te ondersteunen (deze plaat moet volledig contact maken met de warmtewisselaarplaat) om vervorming te voorkomen. De afstand tussen het mondstuk en de warmtewisselaarplaat mag niet minder dan 200 mm zijn en de maximale injectiedruk mag niet groter zijn dan 8 MPa. Tegelijkertijd moet er bij gebruik van de hogedrukspuit op gelet worden dat er geen water wordt opgevangen om verontreiniging van de locatie en andere apparatuur te voorkomen.
2 Chemische reiniging
Voor gewone vervuiling kan, afhankelijk van de eigenschappen ervan, een alkalisch middel met een massaconcentratie van minder dan of gelijk aan 4% of een zuur middel met een massaconcentratie van minder dan of gelijk aan 4% worden gebruikt voor de reiniging. Het reinigingsproces is als volgt:
(1) Reinigingstemperatuur: 40-60℃.
(2) Terugspoelen zonder de apparatuur te demonteren.
a) Sluit vooraf een pijp aan op de inlaat- en uitlaatleiding van het medium;
b) Sluit de apparatuur aan op het “mechanische reinigingsvoertuig”;
c) Pomp de reinigingsoplossing in de apparatuur in de tegenovergestelde richting van de gebruikelijke productstroom;
d) Laat de reinigingsoplossing 10-15 minuten circuleren met een mediumstroomsnelheid van 0,1-0,15 m/s;
e) Laat het systeem tot slot 5 tot 10 minuten circuleren met schoon water. Het chloridegehalte in het schone water moet lager zijn dan 25 ppm.
Let op:
(1) Indien deze reinigingsmethode wordt toegepast, dient de reserveaansluiting vóór de montage te worden behouden, zodat de reinigingsvloeistof soepel kan worden afgevoerd.
(2) Bij het terugspoelen van de warmtewisselaar moet schoon water worden gebruikt.
(3) Voor het reinigen van specifieke soorten vuil dient een speciaal reinigingsmiddel te worden gebruikt, afhankelijk van de specifieke omstandigheden.
(4)De mechanische en chemische reinigingsmethoden kunnen in combinatie met elkaar worden gebruikt.
(5) Ongeacht welke methode wordt toegepast, is het niet toegestaan om de roestvrijstalen plaat met zoutzuur te reinigen. Water met een chloridegehalte van meer dan 25 ppm mag niet worden gebruikt voor de bereiding van reinigingsvloeistof of voor het spoelen van de roestvrijstalen plaat.
Geplaatst op: 29 juli 2021
